Financiële functie in het staatsrechtelijk bestel, het gemeentebestuur en Government Governance

Disclaimer:
Dit betreft UITSLUITEND een samenvatting. Op geen enkele manier kunnen hier rechten aan worden ontleend.

Plaats Financiële Functie in het Staatsrechtelijk Bestel

Financiële Bepalingen Overheid

Gemeentewet (Gw):artikel 186 e.v.
Provinciewet (Pw):artikel 190 e.v.
Waterschapswet (Ww):artikel 98 e.v.
Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr):Per hoofdstuk paragraaf 7 financiën

Afhankelijk van de partijen die deelnemen in de gemeenschappelijke regeling zijn één of meerdere van de volgende wetten van toepassing:

  • artikel 186 tot en met 213 van de gemeentewet
  • artikel 190 tot en met 219 van de provinciewet
  • artikel 98 tot en met 109c van de waterschapswet

Staatsrechtelijk bestel

  • Grondwet
  • Gemeentewet / Provinciewet
  • Wet dualisering gemeentebestuur en provinciebestuur
  • Financiële Verhoudingswet
  • Hoofdlijnen BBV
  • Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
  • Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden (IV3)
  • Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO)
  • Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO)
  • Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF)
  • Verordeningen art. 212, 213 en 213a Gemeentewet (Gw)
  • Gemeentelijke regelingen/nota’s op basis van de verordening art.212 Gw
  • Andere wetten en regelgeving

Gemeentewet

  • Procedurele bepalingen (vereisten aan documenten).
  • Inhoudelijke bepalingen (vereisten aan financiële gegevens).
  • Verplichte uitgaven gemeenten alleen per wet opleggen (art. 187 Gw).
  • Begroting moet in evenwicht zijn (art. 189 Gw).
  • Alle taken en activiteiten moeten van geld voorzien zijn (art. 198 Gw).
  • Drie/vier verordeningen vaststellen.
    1. Uitgangspunten financieel beleid, financieel beheer en inrichting financiële organisatie (art. 212 Gw).
    2. Controle op het financiële beheer en op de inrichting van de organisatie (art. 213 Gw).
    3. Onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur (art. 213a Gw).
    4. Rekenkamer(functie) art 81a en art 81oa (rekenkamer bepaalt de eigen agenda).
  • Vaststelling van de begroting in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor zij dient (art. 191 lid 1).
  • College dient jaarlijks en tijdig aan de raad de ontwerpbegroting aan te bieden (art.190).
  • Vastgestelde begroting moet binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient aan GS te worden gezonden (art. 191 lid2).
  • Jaarstukken vóór 15 juli.

Voor anderen geldt!

  • Deadline 15 november (begroting) en 15 juli (jaarstukken) geldt ook voor provincies (art. 195 Pw).
  • Voor waterschappen geldt 1 december (begroting) en 15 juli (jaarstukken) (art. 101 Ww)
  • Voor gemeenschappelijke regelingen geldt 1 augustus (begroting) en 15 juli (jaarstukken) (art. 34 Wgr).
  • Maar let op!
    • Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders én de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

BW 2 Titel 9: De jaarrekening en het jaarverslag – Art. 186 Gw (Pw): verwijzing naar AMvB

  • BBV 2004 (art. 3 –> inzicht!) – alle benodigde partijen over juiste informatie beschikken.
  • Vernieuwing BBV 2016

Eigenheid jaarverslaglegging

  • Aanleiding BBV is de eigenheid van provincies en gemeenten t.b.v. het inzicht voor de gemeenteraad en provinciale staten in het democratisch proces.
  • Eigenheid behelst die kenmerken van een gemeentelijke huishouding die ertoe leiden dat de verslaggevingsvoorschriften voor het bedrijfsleven (BW 2, titel 9) en de richtlijnen voor de jaarverslaglegging niet direct toepasbaar zijn.
  • Daarom is er naast de relevante bepalingen van BW2 een eigenstandig kader!

5 Wezenlijke kenmerken eigenheid financiën gemeente

GemeentenBedrijven
Doel: bereiken maatschappelijke ontwikkelingenDoel: voortbestaan/winst
InkomensbestedendInkomensverwervend
Openbare begrotingGeen openbare begroting
Uitgaven deels gebonden door middelen derdenNauwelijks van toepassing
(On)Rendabele activaAlleen rendabele activa
Niet wezenlijke kenmerken
– gemeenten kunnen niet failliet gaan
– publiekrechtelijke organisatie
– uiteenlopende taakvelden/taken
– gemeenten mogen belasting heffen
– kunnen wel failliet gaan
– privaatrechtelijke organisatie
– meer gelijksoortige producten
– mogen geen belasting heffen

Eigenstandig kader in de praktijk

  • De vier onderdelen die samen het BBV vormen:
    1. Hoofdlijnen BBV nader verklaard
    2. BBV
    3. Vraag en antwoord rubriek (V&A)
    4. Notities met richtlijnen: stellige uitspraken en aanbevelingen (SU en A)
  • Op grond van art. 75 is er een commissie BBV, die zorg draagt voor éénduidige uitvoering en toepassing van het BBV.
  • BBV is principal based (dat wil zeggen dat er (op onderdelen) interpretatie mogelijk is). Let er wel op dat de regels steeds strakker worden geïnterpreteerd door de accountants.
  • Website www.commissiebbv.nl

Uitgangspunten Hoofdlijnen BBV Nader Verklaard

  1. Functies van de begroting en jaarstukken
  2. Begrotingsstelsels
  3. Vereisten aan de begroting en jaarstukken
  4. Onderdelen van het Besluit Begroting en Verantwoording
    • Onderdelen exploitatie
    • Onderdelen van de balans
    • Financiële positie, weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risico’s

Indeling BBV

  • Algemene bepalingen (art. 1 t/m 5)
  • Begroting en de toelichting (art. 7 t/m 21)
  • Meerjarenraming en de toelichting (art. 22 en 23)
  • Jaarstukken en de toelichting (art. 24 t/m 58a)
  • Waardering, activeren en afschrijven (art. 59 t/m 65)
  • Uitvoeringsinformatie (art. 66)
  • Informatie voor derden (art. 71)
  • Commissie BBV (art.75)
  • Overgangs- en slotbepalingen (art. 76 t/m 79)

Het Gemeentebestuur

  • De raad (= algemeen bestuur)
  • Het college (= dagelijks bestuur)
  • De burgemeester (= voorzitter dagelijks en algemeen bestuur)

Rollen van de raad

  • Volksvertegenwoordiger
  • Kadersteller (beleid)
  • Controleur

NB: Rode draad is de P&C Cyclus

Volksvertegenwoordigende functie

  • Raad wordt om de vier jaar gekozen
  • Raad kiest wethouders (mogen ook van buiten komen)
  • Raad legt verantwoording af aan kiezer (afrekening om de 4 jaar)

De gemeentepolitiek

Kaderstellende functie – Vanuit financiële functie

  • Programma’s
    • Belangrijke, politiek relevante onderwerpen incl. maatschappelijke effecten en financiële randvoorwaarden.
  • Paragrafen
    • Meer beheersmatige aspecten.
  • Verordening art. 212 Gw
    • Financieel beleid en beheer en de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige besteding van middelen.
  • Verordening art. 213 en 213a Gw
    • Controle, doeltreffendheid en doelmatigheid
  • Jaarstukken
    • Verantwoording door college en aan raad
  • Instellen, wijzigen en afschaffen gemeentelijke belastingen

Let op:
De meerjarenraming hoeft niet door de raad vastgesteld te worden, maar gebeurt vaak wel.

Budgetrecht Raad

  • Budgetrecht (art. 189 Gw):
    • De raad bepaalt wat er moet gebeuren en hoeveel geld er beschikbaar is voor de uitvoering van beleid en beheer.
    • Komt tot uitdrukking in begroting en begrotingswijzigingen.
    • Begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn (anders gevolgen).
  • Vaststellen begroting, jaarrekening en jaarverslag
    • College biedt tijdig een ontwerp voor de begroting aan (art. 190 Gw).
    • Begrotingswijzigingen.
    • Bedragen en beleid.
    • Bij (dreigende) overschrijding budget moet college naar raad:
      • Vanuit rechtmatigheid alleen bij beleidsmatige aspecten.
      • Wijze regelen in verordening 212 Gw.

Amendementen en Moties

De raad kan tijdens de vergadering door middel van een amendement of een motie invloed uitoefenen op de voorgenomen besluitvorming.

  • Een amendement is een wijziging van het concept raadsbesluit. Het nieuwe besluit zal moeten worden uitgevoerd.
  • Een motie is een verzoek aan het college
    • Om bijvoorbeeld een onderzoek te doen naar andere invulling van de versterking van de economie die voor een zelfde bedrag meer effecten zou hebben.
    • Een motie kan worden aangenomen, sympathiek worden gevonden (maar ontraden), worden ontraden, of deels worden overgenomen.
    • Het is aan het college om een aangenomen motie uit te voeren.

Controlerende functie

  • Verantwoording en controle nauw met elkaar verbonden.
  • Afspraken maken over informatievoorziening.
  • College ook uit eigen beweging verantwoording afleggen (informatieplicht).
  • Kaderstelling en controle hand in hand.
  • Zonder kaderstelling geen referentiepunten.

Raadscommissie middelen/financiën

  • De adviescommissie bestaat uit raadsleden en niet raadsleden.
  • In de commissie worden de raadsstukken voorbesproken.
  • Ook kan er worden besloten dat een stuk niet meer in de raad behoeft te worden besproken.
  • Er zijn niet altijd adviescommissies; de voorbereiding van de raadsvergadering kan ook op andere wijzen worden ingevuld (BOB-methode(*1), markt, carrousel).

(*1) BOB staat voor Beeldvorming, Oordeelsvorming en Besluitvorming: drie fasen die elk hun eigen voorbereiding en toepassing hebben en waarvoor verschillende werkvormen gehanteerd kunnen worden.

Rekenkamer(functie)

  • Verplicht
  • 3 Soorten Rekenkamers
    1. Rekenkamer
    2. Rekenkamerfunctie
    3. Gemeenschappelijke rekenkamer is mogelijk
  • Raad bepaalt aantal leden bij een rekenkamer
  • Bij een rekenkamerfunctie stelt de raad bij een verordening de regels vast voor de uitvoering.

Zie ook 3.9. van het handboek Financiële Functie en Control bij Gemeenten en Provincies.

De rol van de Gemeentelijk Rekenkamer

Gemeentelijke rekenkamers doen onderzoek naar:

  • Doelmatigheid
  • Doeltreffendheid
  • Rechtmatigheid

van het gemeentelijk beleid.

Ontwikkelingen rekenkamer

  • In oktober 2019 heeft de Minister van BZK een wetsvoorstel ingediend waarin de bevoegdheden van de Rekenkamers wordt uitgebreid.
  • In het wetsvoorstel staat dat elke gemeente een onafhankelijke rekenkamer instelt, eventueel samen met andere gemeenten. Het is voor gemeenten niet meer mogelijk om rekenkameronderzoek op een andere manier te organiseren.
  • Daarnaast worden, volgens het voorstel, ook de bevoegdheden van lokale rekenkamers uitgebreid. Zo kunnen zij straks onderzoek instellen naar de contracten met privaatrechtelijke rechtspersonen waarmee bijvoorbeeld zorg of maatschappelijke ondersteuning in het sociale domein wordt ingekocht. Ook de mogelijkheden om onderzoek te doen naar subsidies, garanties en leningen worden verruimd.
  • Ten slotte krijgen lokale rekenkamers en de Algemene Rekenkamer meer mogelijkheden om onderzoek te doen naar privaatrechtelijke rechtspersonen waarin verschillende overheidsorganen samenwerken.

College

Rollen van het college

  • Besturen (inclusief voorbereiden en zorg uitvoer beslissingen raad)
  • Afleggen verantwoording
  • Informatieve (informatieplicht)

NB: Rode draad is de P&C Cyclus

Het college

  • Doet voorstellen aan de raad over beleidsmatige zaken (art. 160, lid b Gw)
  • Voert het beleid en de begroting uit
  • Belast met financieel beheer
  • Legt daarover verantwoording af bij de jaarstukken
  • Voorziet de raad tijdig van informatie ten behoeve van onder andere haar controlerende taak door actieve informatieplicht
  • Stuurt niet “alles” naar de raad

Portefeuillehouder Financiën

  • Wethouder, die financiën in zijn portefeuille heeft
  • Bewaakt de kaders/spelregels m.b.t. financiën
  • Verantwoordelijk voor de bestuurlijke aanlevering van financiële agendastukken aan college/raad

Let op:
De portefeuille financiën omvat het financiële beleid en beheer van de gemeente in zijn geheel.

Government governance

  • Private sector: corporate governance
    • Commissie Tabaksblat
  • Publieke sector: good, public, government governance
    • Het waarborgen van de onderlinge samenhang van de wijze van sturen, beheersen en controle (toezicht) van een organisatie, gericht op een efficiënte en effectieve realisatie van doelstelling, alsmede het daarover op een open wijze communiceren en verantwoording afleggen ten behoeve van belanghebbende.

Beginselen (of kenmerken) van goed openbaar bestuur:

  • Openheid en integriteit
  • Participatie
  • Behoorlijke contacten met de burgers
  • Doelgerichtheid en doelmatigheid
  • Legitimiteit
  • Lerend en zelfreinigend vermogen
  • Verantwoording

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *